Gedicht

 

Een virus o zo klein,
Niet met het blote oog te zien.
Verspreidt zich wereldwijd.
De mensen zijn het vertrouwen kwijt.

 

De mens is in de war.
Hoe zal het ons vergaan?
Geen vertrouwen in de overheid.
Raak ik straks ook mijn baan nog kwijt?

Waar is dat sterke individu.
Die zelf zijn richting wel bepaalt.
Zich niets wil laten gezeggen.
Of een mening op laat leggen?

Experts moeten hun zegje doen.
Maar gissen ook maar wat.
Meer mensen worden ernstig ziek
Is dit nu al de piek?

Ziekenhuizen overvol
Te weinig personeel.
Is er wel capaciteit genoeg?
Wat hebben we nog voor de boeg?

Onzekerheid alom
De winkels raken leeg.
De beurzen staan dik in het rood.
De hele economie is uit het lood.

Het hele land ligt stil.
Evenementen worden afgelast.
We sluiten zelfs de kerken
Om het virus in te perken.

Wie had er ooit gedacht
Dat het eens zo ver zou komen?
Dat alles wat zo gewoon leek
In één klap helemaal bezweek.

Zet het u niet aan het denken?
Wie heeft hier eigenlijk de macht?
Zijn het de wereldleiders?
Maar ook bij hen ontbreekt de kracht.

We staan met lege handen.
Er is niemand die een antwoord weet.
We moeten toch wel gaan beseffen
Dat we onze hoofden omhoog gaan heffen?

Want in de hoge hemel.
Daar zit een machtig God.
Hij regeert over dood en leven.
En laat de hele mensheid beven.

Kom laten we ons dan buigen.
Voor zulk een groot en machtig God.
Ons leven leggen in Zijn hand.
Het hele mensdom, ook ons land.

Ontferm U over deze aarde.
Vergeef ons onze schuld.
Om Jezus wil die met Zijn dood.
Ons Zijn genade bood.

Het geeft ons rust in bange dagen.
Dat U de macht in handen hebt.
Om in onzekerheid en smart.
Te schuilen aan Uw vaderhart.

 

van Marry de Haan

Bijbeltekst van de dag

  • Blijf bidden en blijf daarbij waakzaam en dankbaar. -- Kolossenzen 4:2